Opdrachtgever: nvt.
De camera zwenkt langs het peloton en blijft hangen bij Jakob Fuglsang. Beter gezegd: op de rug van Jakob Fuglsang.
“Nou Jeroen, het is wel duidelijk wie vandaag niet gaat winnen.”
“Ha. Ja, inderdaad Karsten. Ik heb nog nooit een renner zien winnen met een banaan in zijn achterzak.”
Aan het woord zijn Karsten Kroon en Jeroen Vanbelleghem, vorig jaar het duo dat voor Eurosport verslag deed van de Giro d’Italia.
Om onbegrijpelijke redenen zenden VRT en NOS de mooiste etappekoers van het jaar niet uit en dus is Eurosport het logische alternatief. Dat is allesbehalve een straf. De Nederlandse oud-renner Karsten Kroon en de Belgische wielerjournalist Jeroen Vanbelleghem blijken smaakmakers die zelfs de veelgeprezen José De Cauwer en Michel Wuyts naar de kroon steken. Van de saaiste fases in koers weten ze letterlijk smulwerk te maken door de taartjes te vergelijken die ze als lunch krijgen aangereikt. Als het spannend wordt heeft Jeroen een uitstekend oog voor demarrerende renners, ook als ze van grote afstand in beeld worden genomen. Karsten geeft logische duiding aan schijnbaar onbenullige acties.
Soms koppelt Eurosport Jeroen Vanbelleghem aan Bobbie Traksel, ook een Nederlandse ex-prof. Het is geen gelukkige combinatie. Bobbie Traksel deinst er niet voor terug de mecanicien van een obscure Italiaanse ploeg met naam en toenaam te noemen terwijl die een onbekende coureur helpt bij het verwisselen van diens wiel. En passant weet Bobbie Traksel ook te vertellen waarom de sponsor van die ploeg in de wielersport is gestapt, wat zijn dochter studeert en hoe de hond van de familie heet.
Het ongemak over zoveel Bobbie Traksel is bij Jeroen bijna hoorbaar.
Groot was de opluchting toen bleek dat Karsten en Jeroen tijdens de Giro van dit jaar weer ‘ouderwets’ aan elkaar gekoppeld zijn. De onderkoelde stijl van de Nederlander sluit vaak naadloos aan bij de verfrissende onbevangenheid van zijn Belgische collega. Tegelijkertijd lopen hun verhaallijnen soms uiteen om dan plots weer samen te vloeien, als twee renners in een vlucht die ieder een kant van een rotonde kiezen.
De regisseur schakelt over op luchtbeeld en brengt meervoudig Giro-winnaar Vincenzo Nibali in beeld.
“Ah, daar rijdt-ie. De Haai van Messina. Heb jij wel eens met hem gekoerst Karsten?”
“Euh, met wie bedoel je, Jeroen?”
“Met Nibali, Karsten. Ik had het over Vincenzo Nibali.”
“Oh. Nee. Ik heb niet zo vaak met hem in koers gezeten. Wij reden meestal de Belgische klassiekers. Nibali reed over het algemeen een Italiaans voorjaar.”
– stilte.
“Nu ik er over nadenk. Ik heb ooit uren naast hem gereden. In de woestijn. In de Ronde van Oman of zo.”
“En, Karsten? Wat zei Nibali? Waarover hebben jullie gepraat?”
“Hij zei niet zoveel, Jeroen.”