Opdrachtgever: Gemert Media/Gemerts Nieuwsblad
Inge van Dijk op plek 4 van het CDA kamerverkiezingen in
‘Als je geen besluit neemt blijft alles stil staan’
GEMERT-BAKEL – Voor veel Nederlanders zal de vierde naam op de CDA-lijst voor de Tweede Kamerverkiezingen onbekend in de oren klinken. Binnen de Gemert-Bakelse politiek en het bestuur van CDA-Brabant heeft Inge van Dijk zich al bewezen als bevlogen politica die moeilijke dossiers en stevige keuzes niet uit de weg gaat.
“Als overheid moet je betrouwbaarheid uitstralen”, zegt Inge van Dijk. “Dat is een thema dat me erg aanspreekt. In de praktijk zie ik de worsteling van veel burgers tegenover die grote overheid. Van die kramp moeten we af. Daar wil ik me, zeker ook in Den Haag, sterk voor maken.”
Schijnbaar uit het niets kreeg Inge van Dijk, de huidige wethouder Financiën & Economie van de gemeente Gemert-Bakel, plek drie op de kandidatenlijst van het CDA voor de komende kamerverkiezingen, direct achter lijsttrekker Hugo de Jonge en Pieter Omtzigt. Inmiddels is de plek van De Jonge ingenomen door Wopke Hoekstra en is de derde plaats toebedeeld aan Anne Kuik. “Derde of vierde, dat maakt me niet zoveel uit”, vindt Van Dijk. “Ik ben vooral onder de indruk van het vertrouwen dat de partij in me uitspreekt.”
Dat vertrouwen heeft de 45-jarige Inge van Dijk stapje voor stapje verdiend. Ze trad al jong, op haar 24e, toe tot de lokale politiek. Maar ze etaleerde haar maatschappelijke betrokkenheid al eerder. “Die is me thuis met de paplepel ingegeven”, vertelt ze. “Ons pap was heel actief in het dorp. Dan krijg je het belang al vroeg mee.“ Zelf zat ze in het bestuur van de Bakelse handbalvereniging toen de lokale afdeling van het CDA op gesprek kwam, zegt ze: “Ze deden een rondje om op te halen wat er speelde in het dorp. Dat was nogal wat, op dat moment. En daar had ik een duidelijke mening over.” Met die mening viel ze Harrie Verkampen op. Enkele dagen later kreeg ze telefoon van de CDA-voorman, blikt ze lachend terug: “Dat was net voor de gemeenteraadsverkiezingen. Met mijn grote mond had ik plek 7 op de kieslijst verdiend. Ik kon direct aan de bak.”
Midden in haar derde periode als raadslid werd Van Dijk benoemd tot fractievoorzitter van CDA Gemert-Bakel. De uitslag van het Bink-onderzoek naar integriteit binnen het Gemert-Bakelse gemeentebestuur viel, op dat moment, negatief uit voor Harrie Verkampen, waarna Van Dijk werd doorgeschoven. Na nog een periode als fractievoorzitter is ze sinds de laatste gemeenteraadsverkiezingen wethouder. Haar portefeuille bevatte een aantal pittige dossiers, met onder andere de kasteelplannen, het zwembad, de ontwikkeling van het Bakelse én het Gemertse centrum en het onderhoud van de buitensportaccommodaties. Dossiers die Van Dijk bepaald niet uit de weg ging. “Daar zit je toch ook voor?”, verwijst ze retorisch terug naar haar thema ‘betrouwbare overheid’. “We hadden die zaken opgenomen in ons programma. Dan moet je ze ook oppakken. En daar ligt ook mijn kracht, denk ik. Dingen oppakken en verder brengen. En ja, natuurlijk zullen er per definitie mensen opstaan die het oneens zijn met je besluiten. Maar als je geen besluit neemt blijft alles stil staan.”
Haar daadkracht toonde ze ook als voorzitter van CDA Brabant, een functie die Van Dijk de afgelopen vijf jaar vervulde. In verschillende media werd ze neergezet als de architect achter de huidige coalitie in de Provinciale Staten, waarin het CDA samenwerkt met Forum voor Democratie. Maar dat beeld werpt ze nadrukkelijk van zich af: “Het was een puur politieke keuze, geen bestuurlijke. Ik heb alleen geprobeerd een onbestuurbare provincie weer bestuurbaar te maken.”
Dankzij haar contacten binnen CDA Brabant werden Van Dijks ambities richting de landelijke politiek aangewakkerd. In aanloop naar de komende verkiezingen besloot ze te solliciteren, met plek vier op de kieslijst als resultaat.
Hoewel de taakverdeling binnen de CDA-fractie pas na de verkiezingen wordt opgemaakt, noemt Van Dijk een aantal thema’s waar ze zich voor wil inzetten: “Goede zorg, woningbouw, de economie na corona en voldoende banen.” Ze bestempelt het ‘gelijkheidsbeginsel’ hierbij als haar oplegger: “Gelijke kansen neem ik tussen mijn oogharen door altijd mee. Dat streven kun je eigenlijk overal overheen leggen. Ook dat heb ik van huis uit meegekregen.”
En natuurlijk wil ze de stem van haar achterban uitdragen, voegt ze voor de volledigheid toe: “Het is belangrijk om iemand uit de regio in Den Haag te hebben. Ik denk ook dat ik een politicus ben die heel benaderbaar is. Dat blijft ook zo. Ik kan alleen maar goede beslissingen nemen als ik de problemen van de mensen hier ken. In die zin blijf ik gewoon Inge. En ik hoop dat de mensen me ook zo blijven zien.”