Opdrachtgever: De Persgroep/Eindhovens Dagblad
‘Mensen willen toch naar de bergen’
Sinds 15 juni zijn toeristen weer welkom in de meeste Europese landen. Hoe verloopt een autoreis naar de Franse Alpen, in het eerste weekend dat het weer kan? Verslaggever Siel Peijs zocht het uit met zijn net geslaagde dochter Hannah.
Haute Savoie
Kilometer 102
Gewapend met een volle doos mondkapjes rijden mijn dochter en ik onder Maastricht richting de Belgische grens. Zij zou het einde van haar middelbare schooltijd vieren in Valencia, maar Covid-19 zette al snel een streep door die plannen, zoals zo’n beetje alle feestelijkheden rond haar eindexamen weggestreept werden.
En toen kwam plots het bericht dat reizen na 15 juni in veel Europese landen weer mogelijk is. Omdat we allebei ruimte in onze agenda hadden besloten we ons te wagen aan een last-minute vakantie. Bestemming: de Franse Alpen, waar ons een appartement ter beschikking staat.
Even twijfelden we. Wilden we het risico wel lopen om in het buitenland een corona-besmetting op te lopen? Zitten ze in een land dat een complete lockdown onderging wel te wachten op buitenlandse toeristen? En zou zo’n land dan niet heel streng zijn in de handhaving van alle regels, waardoor een ontspannen vakantie nauwelijks mogelijk is?
Onze reislust won het echter van de twijfels, en dus zoeven we op deze vrijdagochtend 19 juni in Zuidwaartse richting over de Route du Soleil. Geen vuiltje aan de lucht, zo lijkt het. Tot we net voor de grensovergang van de weg worden geleid. “Zouden we toch gecontroleerd worden?”, vragen we ons af. Maar al snel blijkt het om wegwerkzaamheden te gaan. Zonder gedoe snorren we België in.
Kilometer 225
Martelange, onze eerste stop op buitenlandse bodem. We houden halt om te tanken. Een groot bord maakt direct duidelijk dat het corona-virus, althans bij dit pompstation, serieus wordt genomen: ‘Verplicht: Draag a.u.b. gezichtsbescherming.’
“Laten we vooral voorzichtig zijn”, zegt de dame die vanachter plexiglas de kassa bedient. Ze merkt dat het een stuk rustiger is met vakantieverkeer. “Maar ik heb gelukkig veel regionale klanten. En ook het vrachtverkeer gaat gewoon door.”
Ook wij gaan door. Met een volle tank naderen we Longwy. De grenspost oogt onbemand, er is zelfs geen douane-voertuig te zien. Zonder vaart te minderen rijden we Frankrijk binnen. Dochter en vader kunnen de neiging elkaar een ‘boks’ te geven nauwelijks onderdrukken.
Kilometer 373
De A31 tussen Metz en Nancy is vaak een oefening in geduld. Met ‘slechts’ twee rijstroken in beide richtingen slibt dit deel van de Route du Soleil snel dicht. Op deze vrijdag is de weg echter een oase van rust. We hebben tijd om om ons heen te kijken en zien verschillende chauffeurs een mondkapje dragen, ook als er verder niemand in de auto zit.
Kilometer 459
Op zoek naar een sandwich rijden we bij Épinal het ‘centre commercial’ binnen. Op de parkeerplaats kijkt een ouder echtpaar, beiden met mondkap op in de auto, ons argwanend aan. Het stel vormt een schril contrast met de drie Françaises die open en bloot een geanimeerd gesprek voeren op het terras voor de bakkerij. Binnen draagt niemand een masker, behalve de vrouw die ons aan een ‘Jambon-Fromage’ helpt. Ze doet er verse handschoenen voor aan en vraagt ons contactloos te betalen.
Kilometer 769
Tegen vijf uur rijden we het dorpje van onze eindbestemming binnen. De zon bespeelt de bergflanken die het dal omringen. De terrasjes zitten vol met mensen die met een ‘apéro’ hun weekend inzetten. Als er al een mondkapje te zien is, dan bungelt die met één lus losjes aan een oor.
Zo streng zijn ze hier niet, concluderen we.
Dat blijkt ook als we de eerste boodschappen doen. Een plexiglas-scherm voor de kassa, scheef en geïmproviseerd zoals je in Frankrijk mag verwachten, geldt als belangrijkste corona-maatregel in de dorpssupermarkt. Een boodschappenkar of -mandje is niet verplicht. De kaas wordt zonder handschoenen afgesneden. “Bonnes vacances”, lacht de eigenaar ons toe.
’s Avonds in het restaurant wuift de serveerster de vraag of we een kapje op moeten vriendelijk weg. Zelf draagt ze er ook geen, tot het moment dat ze het eten uitserveert. “Het was hier minder strikt dan in de kranten stond”, vertelt eigenaar Benoït Mouthon van Brasserie Le Fer Rouge. “Natuurlijk was het vervelend dat we van de ene op de andere dag moesten sluiten. Maar we konden gerust de straat op. Ik ken niemand die een boete heeft gehad.” En zo hoort het ook, vindt hij: “Je moet je aan de regels houden. Maar je moet er ook relaxed mee om kunnen gaan.”
Dat blijkt het beeld van de komende dagen. Op de zondagse markt staan mensen ruim binnen de in Frankrijk geldende meter-grens met elkaar te praten, ondanks een toezichthoudende beveiligingsbeambte. De stoeltjeslift, op weg naar een mountainbike-tocht, komen we dan weer niet in zonder de verplichte ‘masque’. Die ‘masque’ wordt aanbevolen in de Intermarché, maar nog geen kwart van de bezoekers geeft daar gehoor aan. Een serveerster in een café poetst koortsachtig de pinautomaat als we willen afrekenen, de bakkersvrouw vraagt doodleuk of we in muntgeld willen betalen. En als we in de bergen wandelen wurmt de ene voorbijganger zich vlak langs ons af op het smalle pad, terwijl de ander genereus een stap opzij zet.
“Het is eigenlijk net als in Nederland”, concludeert mijn dochter. “Alleen zetten mensen hier een mondkapje op als ze het niet vertrouwen. Bij ons houden ze dan iets meer afstand.”
Wat bovendien opvalt is dat iedereen buitengewoon vriendelijk is, alsof twee maanden verplichte lockdown de bewoners open en relaxed heeft gemaakt. “De mensen zijn hier altijd vriendelijk”, lacht VVV-medewerker Jean-Vincent met de charme van een verkoper. Hij ziet het toerisme slechts mondjesmaat op gang komen: “We hebben vooral annuleringen gehad. Reserveringen zijn er nog nauwelijks.” Een tegenvaller, ook al omdat het winterseizoen abrupt werd afgebroken. Desondanks heeft hij hoop: “Het kan nog best een goede zomer worden. Ik denk dat mensen wachten tot het laatste moment. Want uiteindelijk willen ze toch naar de bergen.”
Kilometer 1642
Na vijf dagen Frankrijk parkeren we weer op onze eigen oprit. Uit de doos mondkapjes hebben we er vier gebruikt; twee om te tanken en twee in de stoeltjeslift.